...Is het al later?...

Nu ik bijna 40 ben merk ik dat ik soms wat melancholisch word als ik nadenk over de tijd en leven in het nu. Aan de ene kant vraag ik me af waar de tijd on earth blijft. Dan denk ik aan mijn kleine baby’tjes, die voor mijn idee gisteren nog aandoenlijk over mijn tapijt kropen en vandaag met hun friends zitten te chillen in de veranda, omringd door chipszakken en JBL-boxen.

Aan de andere kant kan ik soms mega-ongeduldig zijn en bijna niet wachten tot volgend jaar als ‘alles weer een beetje normaal is’ – maar dat lijkt dan juist weer eindeloos te duren. Leven in het nu valt nog niet mee.

Later
Toen ik een paar jaar geleden een spreekbeurt moest houden op de universiteit waar ik zelf mijn studie ook heb gevolgd, zat ik weer in dezelfde bus als waar ik vroeger ook altijd in zat. Lijn 12. Er hing altijd een walm van vers plastic, ongewassen studenten en zenuwzweet, omfloerst met een zweem testosteron. Wat dat betreft was de bus niet veel veranderd. En de route ook niet. Ik herkende de gebouwen waar ik vroeger peinzend langs werd gereden. Ik dacht aan de dromen die ik had, de wilde plannen – en de brave. Aan het onwetende, onzekere meisje dat ik toen was dat vol verlangen wachtte tot het op een dag later werd.

En daar, op dat moment in bus 12 realiseerde ik het me: Warempel, het ís later.

Ik wil nog niet in mijn later leven!
De laatste paar maanden vraagt mijn schoonheidsspecialiste steevast of ze mijn snor ook even moet epileren. Ik ben er wel een beetje van in twijfel geraakt. Ik heb me eigenlijk nooit afgevraagd of ik een snor heb. Ik had hem zelfs nog nooit gezien. Ik weet wel van vriendinnen die baardhaartjes of snorhaartjes zo nu en dan discreet verwijderen, maar ik dacht altijd dat dat gedoe aan mijn bovenlip voorbij zou gaan. Maar door de vraag van de schoonheidsspecialiste heb ik de boel toch eens even onder de loep genomen. En warempel: ik heb iets van een snor. Niets opvallends, maar met de juiste belichting zie je toch wel iets van blonde donshaartjes die in een groepje bij elkaar staan.
Hetzelfde geldt voor Juliaantjes (vernoemd naar de wapperende bovenarmen van wijlen de koningin als zij wuifde). Ik had daar nog nooit van gehoord, tot een vriendin mij blijmoedig die van haar toonde en ik ontdekte dat ik ze ook heb.
Als ik mijn geboortejaar online ergens in moet vullen, moet ik tegenwoordig steeds verder naar beneden scrollen voor ik bij 1981 kom. Ik kom regelmatig meisjes tegen aan wie ik vroeger pianoles gaf en die nu moeder zijn van een kinderschare of wat. Ik verbaas me er regelmatig over hoe oud de ouders van mijn jeugdvrienden ineens zijn geworden.

Ik denk dat er maar één conclusie mogelijk is: ik ben niet meer heel jong. En ik merk dat ik ook daarom nog wel eens jammerlijk terugdenk aan mijn toen (lees: mijn jonge lichaam).

Omarm je imperfecties zolang je nog in je toen leeft
Onlangs had ik ergens een wervelende spreekbeurt gegeven, met groots applaus en prachtige bloemen achteraf. Ik was er zelf ook nogal mee in mijn sas.
Zelfingenomen liep ik naar buiten, een glimlach op mijn gezicht, mijn rug recht. Het was inmiddels donker en ik bukte om de bos bloemen in mijn auto te zetten. Op dat moment kwam er net een groepje mannen naar buiten, die enthousiast aan het napraten waren over de avond. Ik besloot stiekem mee te luisteren en bleef druk doende met het schikken van de bloemen.
– ‘Wát een vrouw zeg! Je zou er maar elke dag bij thuiskomen,’ hoorde ik één van hen zeggen. Hoewel het donker was en ik mijzelf niet in de spiegel heb bekeken, denk ik wel dat ik een blos op mijn wangen kreeg. Totdat ik dezelfde man er prompt achteraan hoorde zeggen:

‘Ik zou doodmoe worden!’

De mannen bulderden het tezamen uit, mij beteuterd en nog steeds onzichtbaar achterlatend. Ik bleef mijn bloemen schikken tot ik uit het zicht was en stootte mijn hoofd toen ik de auto instapte.

De tijd dat de mannen naar mij floten lijkt veranderd te zijn in de tijd dat de mannen moe van mij worden. En hoewel ik serieus gelukkig ben over mijn ‘nu’, zou ik iedereen die dit leest en nog in zijn ‘toen’ leeft op het hart willen drukken te genieten van je ‘toen’. Omarm je imperfecties. Die worden erger naarmate je ouder wordt. En als je ze al niet omarmt in je ‘toen’, gaat je dat al helemaal nooit lukken in je ‘later’.
Maar misschien hoort dat ook wel bij je ‘later’: zien dat je vroeger dwaas was. En dat getuigt dan weer van wijsheid.

 

Meer lezen?
Bestel hier mijn boek ‘Tijd Waar Blijf Je’

 

(c) 2021 - Gerealiseerd door: Het Nieuwe Web